Blog

    Salderingsregeling 2027: wat het einde van salderen voor jou betekent

    Door Tureon redactie · · Laatst bijgewerkt op

    Leestijd ca. 8 minuten · Onderwerp: regelgeving & rendement

    De salderingsregeling stopt in 2027, en dat is inmiddels definitief. Vanaf 1 januari 2027 kun je de stroom die je zonnepanelen aan het net leveren niet meer wegstrepen tegen de stroom die je zelf verbruikt. Terugleveren mag nog steeds en je krijgt daar een vergoeding voor, maar die vergoeding is een stuk lager dan wat salderen je vandaag oplevert.

    In dit artikel zetten we op een rij wat er precies verandert, wat het volgens de wet minimaal nog moet opleveren, wat je er op je energierekening van gaat merken en wat een thuisbatterij daar realistisch aan kan doen. Met de aannames er telkens bij, zodat je de som voor je eigen situatie kunt narekenen in plaats van een algemeen oordeel over te nemen.

    Wat er op 1 januari 2027 verandert

    Tot en met 31 december 2026 blijft alles bij het oude. Huishoudens en kleine bedrijven mogen hun zelf opgewekte elektriciteit jaarlijks wegstrepen tegen hun verbruik. Over die weggestreepte kilowattuur betaal je geen leveringstarief, geen netwerkkosten en geen energiebelasting. De Rijksoverheid gebruikt zelf dit voorbeeld: lever je in de zomer 2.500 kWh terug, dan mag je in de winter 2.500 kWh gebruiken zonder daarvoor te betalen. Alles wat je daarboven verbruikt, reken je gewoon af.

    Per 1 januari 2027 vervalt dat wegstrepen. Niet in stapjes, maar in één keer. Eerder lag er een plan om de regeling vanaf 2025 geleidelijk af te bouwen; dat is vervangen door het besluit om de regeling in 2027 helemaal te stoppen.

    Wat níet verandert: je mag blijven terugleveren aan het net, en je krijgt daar een vergoeding voor van je energieleverancier. Het verschil zit hem in de hoogte van die vergoeding.

    Is het einde van salderen definitief?

    Ja. Zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer heeft ingestemd met de afschaffing, en de Rijksoverheid communiceert 1 januari 2027 als vaste datum. Vereniging Eigen Huis noemt de afschaffing op die grond definitief.

    Je komt online nog geregeld berichten tegen over verlenging of uitstel. Die gaan over eerdere versies van het plan of over oproepen van belangenorganisaties om er iets tegenover te zetten, niet over de datum zelf. Ga er bij je eigen planning dus van uit dat 2026 het laatste volledige saldeerjaar is.

    Waarom de salderingsregeling stopt

    De Rijksoverheid noemt vier redenen, en ze zijn de moeite waard om te kennen, omdat ze verklaren waar het beleid naartoe stuurt.

    Om te beginnen kost salderen geld. Energieleveranciers berekenden die kosten door in hun stroomprijzen, ook aan mensen zonder zonnepanelen. Het kabinet vindt dat oneerlijk, omdat lang niet iedereen zonnepanelen kan kopen. Daarnaast loopt de overheid belastinginkomsten mis over de gesaldeerde kilowattuur.

    De derde reden is de belangrijkste voor jouw keuzes: het kabinet wil huishoudens stimuleren om zelf opgewekte stroom ook zelf te gebruiken in plaats van terug te leveren, omdat dat de druk op het elektriciteitsnet verlaagt. En ten slotte zijn zonnepanelen intussen zoveel goedkoper en efficiënter geworden dat ze volgens het kabinet ook zonder de regeling interessant blijven.

    De rode draad: terugleveren wordt minder waard, zelf verbruiken wordt relatief meer waard. Dat is geen bijeffect, dat is de bedoeling van de wetswijziging.

    Wat komt er voor salderen in de plaats?

    Een terugleververgoeding. Voor alle stroom die je teruglevert, betaalt je energieleverancier je een bedrag per kilowattuur. De wet zet daar een ondergrens onder: tot 2030 moet die vergoeding minimaal 50 procent van het kale leveringstarief zijn. Kaal wil zeggen: het stroomtarief zonder belastingen. De Autoriteit Consument en Markt houdt toezicht op die vergoedingen.

    Om dat concreet te maken: Vereniging Eigen Huis rekent voor 2026 met een leveringstarief van ongeveer 24 cent per kWh, opgebouwd uit ongeveer 11 cent kaal leveringstarief en ongeveer 13 cent energiebelasting en btw. De wettelijke ondergrens komt daarmee neer op ruwweg 5,5 cent per teruggeleverde kilowattuur. Leveranciers mogen meer bieden, en de tarieven zullen per leverancier verschillen, maar dat is wat de wet garandeert.

    Zet die twee bedragen naast elkaar en je ziet het hele verhaal in twee getallen. Een kilowattuur die je vandaag saldeert is ongeveer 24 cent waard. Diezelfde kilowattuur levert vanaf 2027 in het ongunstigste geval ongeveer 5,5 cent op. Dat is ruwweg een factor vier.

    Daarnaast blijven terugleverkosten bestaan. Vrijwel alle leveranciers rekenen die inmiddels. Vanaf 2027 mogen dat alleen nog kosten zijn die de leverancier daadwerkelijk maakt om de teruggeleverde stroom te verwerken, en ook daar kijkt de ACM naar. Verwacht dus niet dat ze verdwijnen.

    Wat merk je ervan op je energierekening?

    Een rekenvoorbeeld, met de aannames er expliciet bij. Neem een huishouden dat 4.000 kWh per jaar verbruikt en met een installatie van ongeveer 5 kWp zo'n 4.500 kWh per jaar opwekt. Zonder opslag verbruikt zo'n huishouden grofweg 30 procent van de opwek direct zelf, want de zon schijnt vooral op momenten dat er niemand thuis is. Dat is ongeveer 1.350 kWh direct eigen verbruik en ongeveer 3.150 kWh teruglevering.

    In 2026 streep je die 3.150 kWh weg tegen je verbruik. Tegen 24 cent per kWh is dat ongeveer 750 euro per jaar aan waarde.

    Vanaf 2027 levert diezelfde 3.150 kWh bij de wettelijke ondergrens ongeveer 175 euro op. Het verschil is dan ruwweg 575 euro per jaar, en daar komen de terugleverkosten nog bij. Biedt jouw leverancier meer dan het minimum, dan valt het verschil kleiner uit.

    Drie dingen bepalen hoe hard dit bij jóu aankomt: hoeveel je teruglevert, hoeveel je zelf verbruikt en wat je leverancier gaat bieden. Wie een klein dak heeft en overdag thuis is, merkt er weinig van. Wie een groot dak heeft en overdag weg is, merkt het meteen.

    Hoe je de som voor je eigen situatie doorrekent, staat stap voor stap in thuisbatterij terugverdientijd berekenen.

    Zelf verbruiken is het nieuwe salderen

    Er is één regel die na 2027 gewoon blijft gelden, en die bepaalt waar de winst zit. Over stroom die je zelf opwekt en direct gebruikt, betaal je geen belastingen en geen kosten aan je energieleverancier. Die stroom passeert de meter niet.

    Daarmee is de rekensom vanaf 2027 simpel. Een kilowattuur die je zelf gebruikt bespaart je het volle tarief, in dit voorbeeld ongeveer 24 cent. Diezelfde kilowattuur teruggeleverd levert ongeveer 5,5 cent op. Elke kilowattuur die je van teruglevering naar eigen verbruik verschuift, is dus zo'n 18,5 cent waard.

    Je kunt dat op drie manieren aanpakken. Je kunt je verbruik verschuiven naar de uren dat de zon schijnt, bijvoorbeeld door de wasmachine en de vaatwasser overdag te laten draaien. Je kunt grote verbruikers slimmer inzetten, zoals een elektrische auto die overdag thuis laadt. En je kunt stroom opslaan en later op de dag gebruiken. De eerste twee kosten niets en zijn altijd verstandig. De derde vraagt een investering, en daar hoort een eerlijke som bij.

    Hoeveel van je teruglevering vang je echt met een thuisbatterij?

    Hier gaan de meeste verhalen over dit onderwerp te snel. Een thuisbatterij van 19,2 kWh vangt niet automatisch 19,2 kWh per dag van je teruglevering af, en zeker niet je hele jaaroverschot.

    Een thuisbatterij verschuift binnen een dag. Wat je overdag opslaat, gebruik je diezelfde avond en nacht. Je zomeroverschot bewaren voor december kan niet: seizoensopslag bestaat op deze schaal niet.

    Daarmee is de begrenzing meestal niet de batterij, maar je eigen avondverbruik. Neem hetzelfde huishouden: 4.000 kWh per jaar is gemiddeld zo'n 11 kWh per dag, waarvan een deel al overdag rechtstreeks van de panelen komt. Blijft er 's avonds en 's nachts pakweg 6 tot 8 kWh over, dan is dát wat je per zonnige dag uit de batterij kunt halen, ook als er 20 kWh in past.

    Reken vervolgens met ongeveer 200 bruikbare dagen in het zonnige halfjaar en met ongeveer 90 procent retourrendement, want bij laden en ontladen gaat een klein deel als warmte verloren. Dan kom je uit op ruwweg 1.100 tot 1.450 kWh per jaar die je van teruglevering naar eigen verbruik verschuift. Tegen 18,5 cent is dat ongeveer 200 tot 270 euro per jaar, plus de terugleverkosten die je daarmee uitspaart.

    Dat is een eerlijk getal, en het is bewust lager dan wat je elders leest. Het is ook niet het hele verhaal: in het winterhalfjaar verdient het systeem op een andere manier, namelijk door te laden op goedkope uren en te ontladen op dure uren. Dat werkt alleen met een dynamisch energiecontract en staat los van de salderingsregeling.

    En de uitkomst schaalt met je verbruik. Een huishouden met een warmtepomp en een elektrische auto verbruikt 's avonds en 's nachts een veelvoud hiervan en verschuift dus ook een veelvoud.

    Hoe het laden, ontladen en sturen op uurprijzen technisch werkt, leggen we uit in hoe werkt een thuisbatterij. Wat dat winterhalfjaar op uurprijzen concreet oplevert, rekenen we door in thuisbatterij en dynamisch energiecontract.

    Wat het einde van salderen betekent voor de maat van je batterij

    Uit het vorige stuk volgt een conclusie die je zelden hoort van een partij die batterijen verkoopt: groter is niet automatisch beter. Zolang je avondverbruik de begrenzing is, levert een groter pakket je op zonnige zomerdagen niets extra's op.

    De maat gaat pas meetellen als je verbruik meetelt. Heb je een warmtepomp, een laadpaal of allebei, dan is je avond- en nachtverbruik zoveel hoger dat je de extra capaciteit wél elke dag leegtrekt, en dan is te klein kopen juist zonde. Ook je vermogen speelt mee: met 10 kW vang je een piek van een warmtepomp, oven en wasmachine tegelijk op, met een klein systeem van een paar kilowatt niet.

    Voor de meeste woningen komt het daarom neer op een eerlijke inschatting van twee dingen: hoeveel je 's avonds en 's nachts verbruikt, en hoeveel dat de komende jaren nog gaat groeien. Dat is een andere vraag dan hoe groot je dak is.

    Welke capaciteit bij welk verbruik hoort, vergelijken we op thuisbatterij 20 kWh en thuisbatterij 10 kWh.

    Nu kopen of wachten tot 2027?

    Een vraag die we bijna dagelijks krijgen, en het eerlijke antwoord is: haasten hoeft niet, maar plannen wel.

    2026 is nog een volledig saldeerjaar. Alles wat je dit jaar teruglevert, streep je nog gewoon weg tegen je verbruik. Precies daarom is het financiële voordeel van een thuisbatterij in 2026 kleiner dan het vanaf 2027 wordt: je vervangt nu iets wat nog volledig vergoed wordt. Wie een batterij puur koopt om het einde van salderen op te vangen, ziet het grootste deel van dat voordeel pas vanaf 1 januari 2027 op de rekening.

    Daar staan twee praktische dingen tegenover. Ten eerste heb je met een dynamisch energiecontract nu al voordeel van het verschil tussen goedkope en dure uren; dat mechanisme staat los van salderen en werkt vandaag ook. Ten tweede kost een installatie tijd en moet je aansluiting vooraf gecontroleerd worden. Wil je dat het systeem op de eerste dag van 2027 draait, dan is dat een beslissing die je in 2026 neemt, niet in december.

    Wat wij niet gaan doen, is voorspellen wat de prijzen tussen nu en 2027 doen. Reken het door voor je eigen verbruik en beslis op basis daarvan.

    Wat er níet verandert

    Tot slot de geruststellingen, want er circuleert veel onzin over dit onderwerp.

    Je zonnepanelen blijven gewoon werken en hoeven niet aangepast of vervangen te worden. Je mag na 2027 blijven terugleveren aan het net. Stroom die je zelf opwekt en direct gebruikt blijft vrij van belastingen en leverancierskosten. En volgens de Rijksoverheid blijven zonnepanelen zich ook na 2027 terugverdienen, alleen kan de terugverdientijd langer worden; hoeveel langer hangt af van de prijs van panelen en stroom en van hoeveel je zelf verbruikt.

    Wat er ook niet verandert: er komt geen landelijke subsidie voor thuisbatterijen in de plaats van de salderingsregeling.

    Wat er wél aan regelingen en leningen bestaat, zetten we op een rij in subsidie thuisbatterij: wat kan er nog.

    Welk systeem past hierbij?

    Voor de meeste woningen komt het neer op de keuze tussen twee maten van hetzelfde systeem, met hetzelfde gedrag en dezelfde garantie.

    De All-in-One 10 kW / 19,2 kWh kost 7.795,00 euro inclusief btw en inclusief standaard installatie; de meest gekozen All-in-One 12 kW / 25,6 kWh kost 9.495,00 euro inclusief btw en inclusief standaard installatie. Beide zijn 3-fase, draaien op LFP-cellen van BYD, hebben 10 jaar garantie, zijn gebouwd op 10.000 laadcycli en zijn IP66. De prijs geldt voor een woning met 3 x 25 A, plaatsing binnen tien meter van de hoofdgroepenkast en zonder bouwkundige aanpassingen; meerwerk wordt altijd vooraf geoffreerd en pas na jouw akkoord uitgevoerd. Wil je weten welke maat bij jouw verbruik past en wat het totaal voor jouw woning wordt, doe dan de gratis installatiecheck. Die is vrijblijvend: je kunt na de uitkomst gewoon afhaken.

    Veelgestelde vragen

    Kan ik na 1 januari 2027 nog stroom terugleveren aan het net?+

    Ja. Terugleveren blijft gewoon toegestaan en je zonnepanelen hoeven daarvoor niet aangepast te worden. Wat verdwijnt, is het wegstrepen van teruggeleverde stroom tegen je eigen verbruik. In plaats daarvan betaalt je energieleverancier je een vergoeding per teruggeleverde kilowattuur.

    Wat krijg ik vanaf 2027 nog voor teruggeleverde stroom?+

    Dat bepaalt je energieleverancier, maar de wet zet er een ondergrens onder: tot 2030 moet de vergoeding minimaal 50 procent van het kale leveringstarief zijn, dus het stroomtarief zonder belastingen. Bij een kaal tarief van rond de 11 cent komt die ondergrens neer op ongeveer 5,5 cent per kilowattuur. De Autoriteit Consument en Markt houdt toezicht op de vergoedingen. Daarnaast mogen leveranciers terugleverkosten blijven rekenen, maar alleen voor kosten die zij daadwerkelijk maken om de stroom te verwerken.

    Is het definitief dat de salderingsregeling in 2027 stopt?+

    Ja. Zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer heeft ingestemd met de afschaffing en de Rijksoverheid houdt 1 januari 2027 aan als datum. Berichten over verlenging of uitstel die je online tegenkomt, gaan over eerdere versies van het plan of over oproepen van belangenorganisaties, niet over de vastgestelde datum.

    Moet ik vóór 1 januari 2027 nog iets regelen voor mijn zonnepanelen?+

    Voor de panelen zelf niet: die blijven werken en je hoeft ze niet aan te melden of te vervangen vanwege deze wijziging. Wat wel verstandig is, is nagaan hoeveel je op jaarbasis teruglevert en welke terugleververgoeding en terugleverkosten in je contract staan. Dat zijn de twee getallen waarmee je kunt uitrekenen wat het einde van salderen jou concreet gaat kosten.

    Kan ik beter nu een thuisbatterij kopen of wachten tot 2027?+

    2026 is nog een volledig saldeerjaar, dus het grootste deel van het financiële voordeel van opslag begint pas op 1 januari 2027. Haasten hoeft dus niet. Wel is het verstandig om de keuze in 2026 te maken als je wilt dat het systeem vanaf dag één van 2027 draait, want de aansluiting wordt vooraf gecontroleerd en installatie kost tijd. Heb je een dynamisch energiecontract, dan levert een thuisbatterij nu al iets op via het verschil tussen goedkope en dure uren; dat staat los van salderen.

    Wil je weten wat het einde van salderen jou kost?

    Het antwoord hangt af van je verbruik, je dak en je contract. Doe de gratis installatiecheck en je weet binnen een paar minuten welke maat bij jouw woning past en wat de totaalprijs wordt. Vrijblijvend, je zit nergens aan vast.

    Doe de gratis online installatiecheck